EDI cursus voor leerkrachten draait niet alleen om een vaste lesopbouw volgen. De kracht van Expliciete Directe Instructie zit in bewust waarnemen wat leerlingen tijdens iedere lesfase al kunnen, nog oefenen of verkeerd begrijpen. Wie het lesdoel helder maakt, eerst voordoet, vervolgens samen oefent en pas daarna zelfstandig laat verwerken, creëert meerdere momenten om het begrip zichtbaar te maken. Daardoor wordt instructie geen eenrichtingsverkeer, maar een zorgvuldig proces van uitleg geven, informatie ophalen en passend vervolgen.
Een effectieve EDI-les vraagt om keuzes die elkaar versterken. Het lesdoel geeft richting, modelling maakt denkstappen hoorbaar, begeleid oefenen biedt veilige oefenruimte en een controle van begrip laat zien wat de groep nodig heeft. Wie een EDI cursus voor leerkrachten volgt, kan deze momenten leren herkennen en doelgerichter voorbereiden. Dat betekent niet dat iedere les exact hetzelfde moet verlopen. Wel helpt een herkenbare structuur om tempo en begrip in balans te houden, zeker wanneer leerlingen verschillend reageren op nieuwe leerstof.
De kern van EDI cursus voor leerkrachten
Een EDI cursus voor leerkrachten maakt duidelijk dat expliciete instructie uit samenhangende fasen bestaat. Begin met voorkennis activeren: haal op wat leerlingen al weten en sluit aan bij begrippen die zij nodig hebben voor de nieuwe stap. Daarna benoemt u een concreet lesdoel. Tijdens de instructie doet u de taak of denkhandeling voor, oefent u deze met de groep en laat u leerlingen pas zelfstandig werken wanneer hun antwoorden voldoende laten zien dat zij de aanpak begrijpen.
De bekende opbouw van voordoen, samen doen en zelfstandig doen is dus geen afvinklijst. Iedere fase heeft een eigen functie. Bij voordoen verlaagt u de denkbelasting door hardop te laten horen welke keuze u maakt en waarom. Bij samen doen verschuift een deel van het denkwerk naar de leerlingen, terwijl u nog kunt sturen. Bij zelfstandig verwerken krijgt u zicht op de mate waarin een leerling de aanpak zonder directe hulp kan toepassen.
Voordoen: maak het onzichtbare denkwerk zichtbaar
Modelling is meer dan een voorbeeld op het bord uitwerken. Vertel welke informatie u opmerkt, welke regel of strategie u kiest en hoe u controleert of uw antwoord logisch is. Bij een rekenopgave kunt u bijvoorbeeld hardop aangeven welke gegevens relevant zijn en waarom u eerst een tussenstap zet. Bij lezen kunt u verwoorden hoe een signaalwoord helpt om een verband in een tekst te herkennen.
Houd het voorbeeld beperkt tot het beoogde lesdoel. Wanneer u tegelijk veel uitzonderingen, alternatieve strategieën en nieuwe woorden introduceert, wordt het voor leerlingen lastiger om te zien wat zij precies moeten leren. Een rustig voorbeeld met een heldere denkroute geeft later ook betere informatie wanneer u het begrip controleert. In een EDI cursus voor leerkrachten staat daarom centraal hoe u de denkstappen voor leerlingen expliciet en behapbaar maakt.
Samen doen: laat iedere leerling denken
In de begeleide oefenfase stelt u een vraag of geeft u een vergelijkbare taak. Geef vervolgens voldoende denktijd voordat iemand antwoordt. Door leerlingen eerst zelfstandig te laten nadenken en daarna pas een antwoord zichtbaar of hoorbaar te laten geven, voorkomt u dat alleen de snelste leerlingen het denkwerk doen.
Bespreek niet alleen het juiste antwoord, maar ook de gekozen aanpak. Vraag bijvoorbeeld: welke stap kwam eerst, welke aanwijzing uit de opgave hielp, of waaraan zie je dat dit antwoord past? Zo wordt de denkroute gedeeld en kunt u misvattingen vroeg herkennen. Een leerling die toevallig het goede antwoord noemt, heeft de onderliggende strategie namelijk niet altijd al beheerst.
Lesdoel en modelling in een EDI cursus voor leerkrachten
Een EDI cursus voor leerkrachten benadrukt dat een lesdoel zichtbaar en toetsbaar moet zijn voor leerlingen. Formuleer het in taal die past bij hun niveau en benoem de inhoud én de handeling. “Ik kan signaalwoorden gebruiken om een verband in een tekst te herkennen” geeft meer houvast dan “We gaan begrijpend lezen.” Het eerste doel vertelt leerlingen wat zij aan het einde moeten kunnen laten zien.
Maak het doel aan het begin bespreekbaar en keer er gedurende de les naar terug. Vraag na modelling bijvoorbeeld welke stap nodig is om het doel te halen. Daarmee controleert u meteen of leerlingen niet alleen de opdracht, maar ook de bedoeling van de les begrijpen. In een EDI cursus voor leerkrachten kunt u oefenen met het formuleren van zulke doelen en met vragen die werkelijk aansluiten op het beoogde leerresultaat. Aan het eind kunt u hetzelfde doel gebruiken om terug te blikken op bewijs van leren in plaats van alleen te vragen of de les leuk of makkelijk was.
De relatie tussen lesdoel en voorbeeld is cruciaal. Kies een voorbeeld dat precies laat zien wat leerlingen straks zelfstandig moeten doen. Als het lesdoel gaat over het herkennen van een hoofdgedachte, is een uitgebreide taalles over alle tekststructuren te breed. Bouw liever één duidelijke denkstap op en geef daarna een tweede, licht afwijkend voorbeeld waarmee leerlingen die stap opnieuw kunnen toepassen.
Bij vakken en groepen verschillen de materialen, maar de didactische vraag blijft gelijk: welk zichtbaar gedrag laat zien dat het doel wordt beheerst? Een goed antwoord kan bestaan uit een berekening, een onderstreept tekstdeel, een mondelinge toelichting of een korte keuze op een wisbordje. De vorm is minder belangrijk dan de aansluiting op het doel. Voor bredere professionalisering vindt u bij Onderwijsdesk ook onderwijs cursussen die aansluiten bij verschillende onderwijspraktijken.
Controle van begrip na een EDI cursus voor leerkrachten
Een betrouwbare controle van begrip verzamelt informatie van de hele groep, niet alleen van leerlingen die vaak hun vinger opsteken. Wisbordjes zijn hiervoor bruikbaar wanneer iedere leerling eerst denkt, tegelijk antwoord geeft en het antwoord aansluit op één afgebakende denkstap. Kijk niet uitsluitend naar het eindantwoord. Noteer of observeer ook terugkerende fouten, zoals een verkeerde tussenstap, een gemist woord in de vraag of een onjuiste toepassing van een regel.
Een EDI cursus voor leerkrachten kan helpen om het verschil te zien tussen activiteit en informatie. Handen opsteken, meedoen met een koorantwoord of een werkblad invullen betekent niet automatisch dat u weet wie de leerstof begrijpt. Een vraag is pas informatief als leerlingen zelfstandig kunnen reageren, als vrijwel iedereen antwoord geeft en als u vooraf weet welk antwoord of welke redenering bewijs vormt voor begrip.
Gebruik wisbordjes doelgericht
Stel één vraag die precies toetst wat u zojuist hebt voorgedaan. Geef denk- en schrijftijd, laat alle wisbordjes tegelijkertijd omhooggaan en scan eerst het totaalbeeld. Daarna kunt u enkele antwoorden bespreken zonder leerlingen die twijfelen direct buiten beeld te laten raken. Laat zo nodig een leerling uitleggen welke stap is gezet, want een correct geschreven antwoord kan nog steeds op gokken berusten.
Wisbordjes zijn niet voor iedere controle noodzakelijk. Soms past een korte mondelinge vraag, een aanwijstaak, een zin die leerlingen aanvullen of een uitgewerkte tussenstap beter bij het lesdoel. Varieer de vorm, maar bewaak steeds dezelfde voorwaarden: iedereen doet mee, iedereen krijgt denktijd en de respons levert informatie op waarop u kunt handelen. Een EDI cursus voor leerkrachten biedt taal om deze keuze bewust te koppelen aan het lesdoel en de gewenste informatie.
Beslis wat u met de uitkomst doet
De waarde van een controle zit in de vervolgactie. Als veel leerlingen dezelfde fout maken, stop dan met de zelfstandige verwerking en leg de cruciale stap opnieuw uit met een eenvoudiger voorbeeld. Laat vervolgens opnieuw samen oefenen en controleer nogmaals of de misvatting is verdwenen. Alleen herhalen zonder nieuwe uitleg of oefenkans helpt leerlingen vaak onvoldoende.
Wanneer een kleinere groep vastloopt, kan de rest verder met een passende verwerkingsopdracht terwijl u gerichte ondersteuning biedt. Denk aan een extra model, een kortere taak of een vraag die teruggaat naar de stap waar het begrip wegviel. Leerlingen die het doel al beheersen kunnen juist oefenen met een iets andere toepassing, zolang die verdieping niet de kerninstructie voor anderen vervangt.
Deze gerichte keuzes vragen om voorbereiding. Bedenk vooraf welke foutieve antwoorden waarschijnlijk zijn, welke vraag ze zichtbaar maakt en welke interventie daarop kan volgen. In een cursus voor docenten kan het analyseren van leerlingreacties een bruikbare basis zijn om zulke lesbeslissingen met collega’s te bespreken. Voor informatie over het Nederlandse onderwijslandschap kunt u ook terecht op de onderwijspagina van het Nederlands Jeugdinstituut.
Tempo behouden zonder begrip te verliezen
Tempo is niet hetzelfde als snel door de lesstof gaan. Een les kan vlot verlopen wanneer routines duidelijk zijn, vragen scherp geformuleerd worden en materialen klaarstaan. Tegelijk kost het tijd om leerlingen te laten denken. Die wachttijd is geen onderbreking, maar een voorwaarde om meer dan enkele snelle antwoorden te verzamelen.
Plan daarom korte, frequente controlemomenten in plaats van één grote controle aan het einde. Een vraag na het voorbeeld, een wisbordje na de gezamenlijke oefening en een korte startopgave tijdens zelfstandige verwerking geven steeds nieuwe informatie. U hoeft niet elk detail te toetsen. Richt u op de denkstap die noodzakelijk is om verder te kunnen. Een EDI cursus voor leerkrachten laat zien hoe zulke momenten onderdeel worden van een logisch lesverloop in plaats van losse onderbrekingen.
Wees ook zorgvuldig met differentiatie. Een snellere leerling kan behoefte hebben aan verdieping, maar een leerling die nog onvoldoende grip heeft op de basis heeft vooral baat bij heldere herinstructie. Door eerst te bepalen wat de antwoorden laten zien, voorkomt u dat differentiatie alleen gebaseerd is op tempo, werkhouding of een algemeen gevoel. De Onderwijsinspectie biedt daarnaast informatie over het toezicht op onderwijs in Nederland.
Een EDI cursus voor leerkrachten biedt vooral taal om deze afwegingen bewust te maken. Niet iedere les vraagt om dezelfde hoeveelheid modelling of dezelfde vervolgactie. Wel blijft de kern gelijk: geef leerlingen een heldere kans om te leren, verzamel bewijs van hun begrip en pas uw instructie aan op wat dat bewijs laat zien.
Veelgestelde vragen over EDI in de les
1. Wanneer kan ik leerlingen zelfstandig laten werken?
Laat leerlingen zelfstandig verwerken wanneer hun reacties in de begeleide oefening voldoende laten zien dat zij de cruciale denkstap beheersen. Dat hoeft niet te betekenen dat iedereen foutloos is, maar er moet wel genoeg bewijs zijn dat de aanpak begrepen wordt. Bij veel vergelijkbare fouten is extra gezamenlijke oefening of herinstructie logischer dan direct doorgaan.
2. Hoe formuleer ik een lesdoel dat leerlingen begrijpen?
Beschrijf wat leerlingen aan het einde van de les kunnen doen en gebruik woorden die zij kennen. Koppel de inhoud aan een zichtbare handeling, zoals uitleggen, berekenen, herkennen of onderbouwen. Controleer tijdens de les regelmatig of leerlingen kunnen vertellen of laten zien hoe de opdracht bij dat doel past.
3. Zijn wisbordjes altijd de beste controle van begrip?
Nee, wisbordjes zijn vooral sterk wanneer een kort antwoord of een tussenstap zichtbaar kan worden gemaakt. Voor een mondelinge strategie, een praktische handeling of een tekstbegripvraag kan een andere responsvorm beter passen. Kies de vorm die het meest directe bewijs oplevert voor precies datgene wat u wilt controleren.
4. Wat doe ik als een deel van de groep het nog niet begrijpt?
Onderzoek eerst welke stap onduidelijk is en geef daarop een gerichte uitleg of een nieuw voorbeeld. Laat leerlingen daarna opnieuw oefenen en controleer opnieuw, zodat u kunt zien of de interventie werkte. De rest van de groep kan intussen zinvol verder werken, mits de opdracht zelfstandig uitvoerbaar is.
5. Hoe voorkom ik dat snelle leerlingen het gesprek domineren?
Geef eerst denktijd en laat alle leerlingen een antwoord voorbereiden voordat u iemand laat reageren. Gebruik vervolgens een responsvorm waarbij iedereen tegelijk zichtbaar antwoord geeft, of vraag verschillende leerlingen naar hun redenering. Daarmee wordt deelname minder afhankelijk van wie het snelst zijn hand opsteekt.
6. Moet iedere EDI-les precies dezelfde fasen hebben?
De fasen bieden houvast, maar zijn geen rigide script voor iedere minuut van de les. De hoeveelheid tijd per fase hangt af van voorkennis, complexiteit van het doel en de reacties van leerlingen. Een EDI cursus voor leerkrachten kan helpen om de fasen als bewuste beslismomenten te gebruiken. Het belangrijke uitgangspunt is dat u nieuwe leerstof duidelijk aanbiedt, oefenkansen creëert en het begrip controleert voordat leerlingen zonder begeleiding verdergaan.
EDI-lesfasen als beslismomenten
Gebruik elke fase om zichtbaar te maken wat leerlingen nodig hebben om verder te leren.
◆ Start met een zichtbaar doel
Benoem wat leerlingen aan het einde van de les concreet moeten kunnen doen of uitleggen.
◆ Maak de denkroute hoorbaar
Laat bij modelling zien welke informatie, regel of strategie u gebruikt en waarom.
◆ Laat iedereen reageren
Gebruik een responsvorm waarbij alle leerlingen denktijd krijgen en hun begrip kunnen tonen.
◆ Handel op leerlingreacties
Herinstrueren, samen opnieuw oefenen of verdiepen volgt uit de informatie die u verzamelt.
Van lesfase naar gerichte actie
Een EDI cursus voor leerkrachten geeft houvast om lesdoelen, modelling, begeleid oefenen en controles van begrip doelgericht met elkaar te verbinden. Door antwoorden van alle leerlingen als informatie te gebruiken, kunt u tijdig herinstrueren, verdiepen of zelfstandig werken verantwoord laten starten. Zo blijft de aandacht tijdens de les gericht op wat leerlingen daadwerkelijk begrijpen. Bespreek met Onderwijsdesk welke didactische verdieping past bij uw vragen uit de dagelijkse lespraktijk.
Disclaimer:
De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene informatie en inspiratie voor onderwijsprofessionals en vervangt geen persoonlijk of professioneel advies. Onderwijssituaties en de behoeften van leerlingen kunnen verschillen. Wij adviseren daarom om de informatie altijd af te stemmen op de eigen onderwijspraktijk en waar nodig een deskundige te raadplegen. Onderwijsdesk besteedt zorg aan de inhoud, maar kan niet garanderen dat alle informatie volledig of foutloos is.

