De gemotiveerde leerling: wat zit er achter inzet?
Wanneer leerlingen weinig meedoen in de les, opdrachten uitstellen of snel afhaken, wordt dat in de praktijk vaak gezien als een gebrek aan motivatie. Toch is inzet in de klas zelden een simpele kwestie van “wel of niet willen”. Onderliggend spelen vaak meerdere factoren tegelijk een rol.
Binnen de zelfdeterminatietheorie (Deci & Ryan) wordt motivatie niet gezien als één vast gegeven, maar als iets dat in verschillende vormen kan voorkomen. Leerlingen kunnen handelen vanuit druk of verplichting, vanuit externe beloning of verwachting, of vanuit meer autonome motivatie waarbij zij zelf het belang van een taak ervaren. Die verschillende vormen van motivatie hebben invloed op de mate waarin leerlingen volhouden, zich inzetten en zich verbinden aan het leerproces.
Daarbij spelen drie psychologische basisbehoeften een centrale rol: autonomie, competentie en verbondenheid. Leerlingen zijn meer geneigd zich in te zetten wanneer zij enige ruimte ervaren om keuzes te maken, wanneer zij geloven dat zij een taak aankunnen en wanneer zij zich gezien en serieus genomen voelen in de relatie met de leerkracht/docent. Wanneer één of meerdere van deze behoeften onder druk staan, kan dat zichtbaar worden in teruggetrokken gedrag, weerstand of juist druk en afleidend gedrag.
Ook overtuigingen over leren zelf zijn van invloed. Binnen de mindset-theorie van Carol Dweck wordt onderscheid gemaakt tussen leerlingen die prestaties vooral zien als vaststaand (fixed mindset), en leerlingen die ontwikkeling zien als iets dat kan groeien door oefening en strategie (growth mindset). Deze overtuigingen beïnvloeden hoe leerlingen omgaan met fouten en hoe snel zij geneigd zijn om door te zetten wanneer iets moeilijk wordt. Daarbij is het belangrijk te benadrukken dat gedrag niet losstaat van context: klasklimaat, eerdere ervaringen en de manier van feedback geven spelen hierin allemaal mee.
Wat in de praktijk vaak zichtbaar is als “niet gemotiveerd gedrag”, kan dus verschillende achterliggende oorzaken hebben. Soms gaat het om onzekerheid over eigen kunnen, soms om weinig ervaren invloed op het leerproces, en soms om de relatie met school of leerkracht/docent.
Gesprekken met leerlingen kunnen hierin een belangrijk verschil maken. Motiverende gespreksvoering biedt daarbij handvatten om niet direct te sturen op gedrag, maar eerst te verkennen wat een leerling zelf ervaart. Door open vragen te stellen, te luisteren zonder direct te corrigeren en samen te zoeken naar wat helpt, ontstaat ruimte voor meer eigenaarschap bij de leerling.
In plaats van motivatie te zien als iets dat een leerling wel of niet heeft, helpt het om te kijken naar wat er onder het zichtbare gedrag ligt. Inzet in de klas is daarmee geen eindpunt, maar een signaal dat uitnodigt tot verder kijken naar de leeromgeving, de relatie en de manier waarop leerlingen hun eigen leren ervaren.
Wil je je verder verdiepen in motivatie bij leerlingen?
Volg ons webinar De Gemotiveerde Leerling en krijg praktische handvatten voor groeigerichte interventies in de klas.